De Dagboeken                                        1965

Op 26 januari viel het afscheid van 3 Duitse intell militairen, die reeds enkele jaren bij het squadron waren gedetacheerd. Er werd tevens een pilsje gedronken vanwege de bevordering tot tweede luitenant van vaandrig Mulder en omdat elt. Zandbergen, die enkele weken daarvoor bij het sqn. was gekomen, een huis in de stad had. Het nieuwe jaar was aldus begonnen. De volgende, zij het een tijdelijke, overplaatsing was die van de Commandant, majoor Gijsen. Hij ging op 8 feb. voor 4 maanden naar de Hoofdofficieren cursus. Het commando wordt die gedurende die tijd waargenomen door de kapt. Adriaens terwijl Ops wordt gedraaid door kapt. W. de Jong. De maand februari is de maand van de Carnaval. Ook bij 306 werd al vroeg met de voorbereiding begonnen. Er was besloten de crewroom in een stal te veranderen. Lt. Smith die in de omgeving van Twenthe nogal bekend is zou voor de nodige attributen zorgen. En die kwamen dan ook! Wagenwielen, zadels, strobalen en zelfs varkensblazen. Edoch, geen Carnavalsfeest is compleet zonder muziek, speciaal hiervoor werd deze “geïmporteerd” uit een café in Enschede en uit Limburg. Het kon dus niet missen! Tot het vergroten van de feestvreugde waren behalve de 306 leden ook de Conversie en de doctoren uitgenodigd. Hoe het feest zelf verliep behoeft eigenlijk niet verteld te worden. Iedereen was verkleed en stond maar wat gek te doen en te drinken en zo. Dit alles duurde net zo lang totdat iedereen er genoeg van had, en dat was pas vroeg in de morgen, waarna de moeilijke weg terug naar huis gereden werd. Foto rechts: Op 12 feb. ontvangt de 306 Conversievlucht uit handen van de C-CTL een tevredenheidsbetuiging. Er zijn mensen die altijd geluk hebben. Ditmaal was het de Lt. de Raadt die op 22 feb. het squadron kwam aanvullen. Nog een maand later kregen we er weer een nieuw gezicht bij, de vaandrig Wenke die adjudant IJska, de Lt. Adj. van de commandant kwam vervangen. Adjudant IJska was overgeplaatst naar de Geleide wapens in Duitsland. Bij de gebruikelijke afscheidswoorden voor de Adjudant was tevens het welkom voor de nieuwe, vdg. H. Wenke. Na het officiële gedeelte begon iedereen maar weer snel aan het pils, een warme dag en iedereen had een ontzettende dorst. Nauwelijks twee weken later, op 24 maart werd kapt. R. Veerdag overgeplaatst naar de V.I.D. Weliswaar niet voor lang. Hij gaat voor een half jaar naar Woensdrecht en daarna gaat hij naar de conversie om zich daar verdienstelijk te maken bij het uitchecken van nieuwe vliegers en het standaardiseren van oudere. Het gebruikelijke pils was ook nu weer veel te snel op. April 1965 Het was allang duidelijk dat de baan op Twenthe niet helemaal voldeed aan de eisen zoals gesteld door de 104. Vandaar dat door BDL besloten werd deze van een nieuwe bovenlaag te voorzien. Omdat dit een werk is dat niet in enkele dagen kan gebeuren werden zowel het 306 Sqn. als de Conversie tijdelijk gedetacheerd naar resp. Volkel en Leeuwarden. De voorbereidingen voor deze grote verhuizing begonnen dan ook al vrij vroeg. Als organisatoren werden door de Squadroncommandant aangewezen: Elt. van Ginhil T.O, Elt. van Hulst Intell en Tlt. Mulder Ops. Dank zij hun werk verliep de move die op 26 april begon bijzonder soepel. In een grote karavaan vrachtwagens werd de hele inventaris van het squadron naar Volkel gereden. De vliegtuigen waren reeds eerder voor het grootste deel overgevlogen. Na de aankomst op Volkel bleek de huisvesting van Ops, de kleedhokken en de crewroom te bestaan uit de oude 312 keten, compleet met gaten in de vloeren en verrotte plekken in de “houten” muren. Nadat echter nieuw zeil op de grond lag en gordijntjes voor de ramen hingen zag het er al een stuk beter uit. Reeds snel verschenen ook al de “Playmate’s of the month” aan de wanden. Het bleek reeds de eerste nacht dat we niet alleen waren in onze nieuwe behuizing. Boven op de vliering huisde blijkbaar een familie knaagdieren en in het bos vlak achter het squadron werd een kippenhok met twee zeer slecht verzorgde kippen gevonden. Of deze twee beesten nog eieren leggen weet niemand. De geruchten gaan echter, dat ze het wel doen. Tussen alle drukte van de verhuizing viel er ook nog een afscheid te vieren. De Elt. H. Klijn verliet op 30 april de dienst en gaat in het burgerleven een vliegbaantje zoeken. Op zijn afscheidspilsje dat nog op Twenthe is gehouden sprak hij zijn laatste woordje en omdat niet iedereen aanwezig was besloot hij nog een avondje te geven bij Kapt. van Leeuwen thuis, waar de drank rijkelijk vloeide en de Bar-B-Q uitzonderlijk goed smaakte ondanks het feit dat het vrij fris werd in de tuin, vroeger in de ochtend. Royal Flush. De grote competitie tussen de verkenningssquadrons van de NATO, waar iedereen moet bewijzen wat hij waard is werd dit jaar gehouden op 18, 19 en 20 mei. 306 Squadron zou voor het eerst met de Starfighter deelnemen om iedereen te bewijzen dat, ondanks de sluimerperiode van de afgelopen anderhalf jaar, het volledig voor zijn taak berekend was. Reeds tijdens de warm-up periode was gebleken dat alles bijzonder soepel liep. De coördinatie tussen Ops, lijn en Intell bleek bijzonder goed te lopen en de eigenlijke competitie werd dan ook bijzonder optimistisch tegemoet gezien. Door de briefings van de Elt. Faas, die de grote man bij Royal Flush was, was iedereen bijzonder goed op de hoogte van alles wat te gebeuren stond. Op 17 mei kwamen de scheidsrechters aan; 3 Canadezen en 1 Fransman (le Commandant). Diezelfde avond kwamen ook de targets binnen. Ze lagen praktisch allemaal in de Ardennen en Noord Frankrijk. De volgende morgen startten de eerste kisten al vroeg. Het weer in de doelgebieden was marginaal en er waren verschillende targets bij die alleen dank zij de radar gemaakt konden worden. Later op de dag klaarde het weer echter op en er konden die dag 25 sorties a 3 targets gevlogen worden, en dat met 6 kisten zonder één abort. Dinsdag werden er weer 24 sorties geplanned, die allemaal op één na airborne kwamen. De laatste dag werden de laatste 6 Royal Flush missies gevlogen en de eerste resultaten leken vrij goed. Van de ruim 150 targets waren er in totaal slechts 9 die, grotendeels door slecht weer de eerste dag, niet voldoende gecoverd waren. Een zéér goed resultaat dus, boven de verwachting van ongetwijfeld velen. Die middag was er om vier uur pils in de lijncantine voor iedereen van het Squadron, de scheidsrechters en niet te vergeten de verkeersleiding van Volkel die er voor gezorgd had dat, ondanks het ontzettend drukke vliegverkeer, alle sorties precies op tijd konden starten. ’s Avonds in de mess gaven de vertegenwoordigers van de R.C.A.F en de F.A.F de nodige hoeveelheid whisky weg om daar ook weer de stemming tot grote hoogten te doen opvoeren. De avond werd waardig afgesloten en in stijl besloten met een bezoek aan Moeke. De week die met 14 juni begon was bijzonder rustig. 5 man van het squadron waren voor rotatie naar Noorwegen, 2 man naar de vliegervijfkamp, 4 man met verlof, 1 man ziek en de commandant op het H.O.C. Het kwam er op neer dat alleen de Ops officier en de stand-by ploeg aanwezig waren. Het verblijf in Bodo was voor iedereen die er bij betrokken was bijzonder plezierig. Namen zoals Phønix, Südvester en Gustave Moe  zullen bij iedereen wel lang in de herinnering blijven. Buiten de technische dienst gingen in de eerste week van de vliegers: Kapt. Adriaens, Kapt. van Leeuwen, Lt. Heijboer, Lt. de Raadt, Sgt. Wilbrink. Van Intell gingen bovendien Lt. van Hulst en van de verkeerleiding de Lt. Priebee. Toen een week later de aflossing kwam, waren de Kapt. van Leeuwen en Lt. Heijboer, zodanig ingespeeld dat ze overal enorm goed thuis waren. Die woensdag was het midzomerfeest. Een enorm succes en reuze gezellig. Er was zelfs iemand die in het water viel, en later vertelde dat hij Noors en de Noren Nederlands met hem hadden gepraat. Donderdagmiddag was er een interland voetbalwedstrijd, Nederland-Noorwegen. De uitslag valt niet moeilijk te raden, 4-2 voor 306 squadron. Dit was uiteraard aan ons superieure spel te danken. ’s Avonds was het afscheidsfeest in de onderofficiers mess. Na het gebruikelijke officiële gedeelte waarbij iedereen een polar passpoort uitgereikt kreeg, begon het goed. Helaas, de bierestafette verloren we. En hoe. Dat we ook nog iets anders gedaan hebben dan feesten blijkt uit de logboeken; totaal werden er 100 uur gevlogen met een gemiddelde van 12 uur per man. Onze verkeersleidingman, lt. Priebee zou eerst maar 1 week blijven maar doordat de T-33 die hem zou komen halen halverwege, op Gardemoer was blijven staan met rook in de cockpit. Van al de jenevers en whisky’s die meegegaan was brak slecht 1 fles, maar die deed het dan ook goed, midden in de bagage, hetgeen 3 natte pakken met alles wat er bij hoort verkleurden. Vrijdags de 25e vertrokken we weer met 5 kisten terug naar Volkel waar na ruim 2 uur hakken de wielen de baan weer raakten. Ook dit jaar was de vliegervijfkamp nu weer niet wat je noemt een daverend succes. Lt. Mulder was nr. 13 en de lt. Smit nr. 18 van de 20 deelnemers. Het volgend jaar nog meer trainen. Op 28 juni kwam majoor Gijsen, met aanbeveling, terug van het H.O.C. Welkom terug Majoor en van harte gefeliciteerd. De maand juni is voor iedereen een enorme vliegmaand geweest. Praktisch iedereen zit boven de 25 uur. De restrictie op de 104 in verband met de zuurstof is er nu ook weer af, zo dat we weer normaal kunnen vliegen, zowel overdag als ’s nachts. 12 juli 1965 is een zwarte dag in de geschiedenis van het squadron. Ten gevolge van een botsing in de lucht verloor de Lt. de Raadt het leven. De andere vlieger Lt. de Jong kon zich per schietstoel in veiligheid stellen. Het was een nare dag die niet naliet een diepe indruk te maken. De begrafenis van Peter was op 19 juli. Op 28 juli was het voor Sgt.1 H. Wilbrink de laatste vliegdag. Zijn laatste tripje 104 ging dan ook met het nodige ceremonieel gepaard. De volgende dag gaf hij zijn afscheidspilsje dat dan ook klonk als een klok. Nadat in de crewroom het een en ander werd gedronken, bood Herman het squadron een embleem in steen aan, dat bij iedereen bijzonder in de smaak viel. Later op de avond werd het feest eerst bij Moeke en vervolgens bij “Le Cheval Noire” in Vorstenbosch voortgezet. Daar werd zelf een, zij het ontzettend lelijk, schilderij in de wacht gesleept dat thans de crewroom (ont)siert. De vervanger voor H. Wilbrink was Elt. Dick van der Struif van 314 Sqn. die op 1 augustus het sqn. kwam versterken. Van harte welkom en many happy landings. Het vertrek op Volkel, terug naar Twenthe werd ondanks alle eerdere berichten, toch geplanned op 13 september, en dit keer liep alles nog gesmeerder dan op de heenweg. Het hele squadron ging in een dag terug. De regeling van alle beslommeringen was ook dit maal weer in de handen van hetzelfde team dat de heenweg had voorbereid. Een week voor het vertrek werd nog een pilsje gehouden in de lijncantine waar tevens vertegenwoordigers van elk squadron op Volkel aanwezig was. De halve hanen vielen goed in de smaak. Op 23 september ging onze Ops-officier en sous chef de tijdelijke squadroncommandant, de kapitein Adriaens, ons verlaten voor een langdurig verblijf bij C.L.O. Zijn opvolger werd kapitein W. de Jong en eerste vluchtcommandant werd kapitein Beunsker. De tweede vluchtcommandant werd kapitein Vendrig, die per 26-9 het squadron kwam versterken. Hij is reeds een oude bekende, die al zijn 104 uren als instructeur in Duitsland bij elkaar heeft gevlogen. Van harte welkom. Gelijk na terugkeer op Twenthe werd in de mess pils gedronken op de terugkeer van het squadron, waar iedereen blij mee was, want men vond het maar een dooie boel zonder 306. In dezelfde periode, de overgang van Volkel naar Twenthe, de vacanties, de drukke vliegdagen en wat meer zij, er vond nog een belangrijke gebeurtenis in het leven van 3 squadronleden plaatst. Lt. de Kolf en Lt. Schoen werden op 3 aug. bevorderd tot eerste luitenant, en de vaandrig Wenke werd op 1 sept. 2e luitenant. Zijn beëdiging volgt al spoedig op de vliegbasis Eindhoven op 1 okt. Oefening Huifkar, waar we gelijk na de terugkeer in rolden begon op 20 sept, ’s morgens om half zeven. De eerste dag liep reeds vrij goed en alles was goed “in de hand” zoals dat heet, alleen de  “kaakies” vonden de meesten nou wel niet zo  geslaagd. De eerste nacht in de bossen was wel koud gebleken maar dat bleek vrij snel te wennen. De oorlog die we voerden werd vrij goed gespeeld, zelfs met infiltranten en losse flodders. De eerste de beste woensdag al was er een Europa Cup wedstrijd op de televisie en die mocht natuurlijk niet gemist worden. Speciaal voor dit doel had Sgt. Busker een TV apparaat in de stad versierd wat prompt gehaald werd met een volkswagenbusje. Hebbes, op de terugweg, werd dit overvallen door infiltranten waarbij 3 gewonden vielen en de auto zwaar beschadigd werd. Twee man, Llt. Groeneveld en de Sgt. Busker konden ontsnappen en wisten niet hoe snel ze een nieuwe auto moesten charteren om het “kassie” op te halen. Naar de “gewonden” keek niemand in de haast, behalve de scheidsrechters. Als je met een kist werd afgeschoten was je voor 24 uur dood en mocht je af. Er was zelfs één vlieger die het presteerde 5 x afgeschoten te worden, maar als een goed kameraad liet hij later iemand anders sterven zodat die ook even naar huis kon gaan. Er was een ongelukkige aap bij het squadron. Lt. van der Struif. Hij werd afgeschoten en mocht een hele middag escapen vanuit  de bossen bij Haaksbergen terug naar Twekkelo. ’s Zaterdags vlogen we door. Een heel interessante oefening zelfs in de Hohne range compleet met Landmacht, Forward Air Controllers enz. Van de tank op de foto van Lt. Zandbergen, wordt zelfs beweerd dat iedereen de grootste moeite had met de identificatie, en zo klein stond hij er ook weer niet op. Zelfs de Belgen die de Landmacht hadden gevormd konden niet nalaten een telegram te sturen waaruit hun enthousiasme sprak. De laatste woensdag van de oefening, 29 september was een social evening geplanned in de Mess op Teesink. Ondanks het verbod van de kampcommandant, dat er na vijven niet meer geschoten mocht worden, kwam heel 306 om 7 uur, gekleed in vliegeroverall, hoge hoed, wit hemd, vlinderdasje en sigaar al schietend de Mess in, tot groot genoegen van alle aanwezigen. Een half uur later werden de basis Cdt, de Cdt. Teesink en majoor Gijsen onderscheiden. De kolonel presteerde vervolgens van de bar af te  vallen en dat was het sein tot nog meer geknal met donderbussen en losse flodders. Vervolgens werden de hoeden in de brand gestoken en er kwam zelfs een stuk plafond omlaag, dit tot groot (on)genoegen van de aanwezigen. Toen we uiteindelijk de Mess verlieten kreeg je de indruk, dat iedereen blij was dat er niet meer gesneuveld was. Het jaarlijkse squadronfeest werd gehouden op 8 oktober in de onderofficiersmess op de Fokkerweg. Het was heel gezellig en er was zelfs een oud Squadronvlieger de lt. Kleijn B.D. die ons met een bezoek kwam verrassen. De muziek werd verzorgd door de Moodchers een band uit Borculo, die ontzettend zijn best deed. Het afscheid van onze lijnchef, de adjudant Zijderveld kwam voor velen onverwacht. De adjudant, die 5 jaar bij het squadron heeft gezeten gaat naar de Staf. Op zijn afscheidspilsje dronken we tevens op zijn opvolger de adjudant van Wieren, die nu de moeilijke positie van lijnchief krijgt te vervullen. Op 19 oktober kreeg het squadron bezoek van zijn gastheren uit Bodö, 331 squadron. Hun verblijf is geplanned tot de dertigste. Een van de vliegers kwam in de Veilig Vliegen van november met een volledige pagina in het nieuws. Hoe hij dat klaarspeelde is bijzonder goed geïllustreerd weergegeven op de volgende bladzijde. In dezelfde maand doken plotseling weer mankementen aan de Starfighter op. In Duitsland was ontdekt dat een bepaalde pal in de aileron servo unit los kan raken en daardoor de bediening van de rolroeren kon verhinderen. Het gevolg was dat alle vliegtuigen hierop geïnspecteerd moesten worden, wat volgens de Technische Dienst een enorm karwei was omdat voor elke servo 118 schroeven los- en vastgedraaid moesten worden. Om deze controle zo snel mogelijk uit te voeren werd, én in ploegen én ’s nachts gewerkt. Dat hierdoor de kisten geground werden is vanzelfsprekend. Dit had voor 2 vliegers bijzonder gunstige gevolgen. Het volgende was nl gebeurd. ’s Morgens waren de majoor Gijsen en de lt.  de Jong met 2 kisten op round robin naar Rimini vertrokken. Ze waren er echter nauwelijks geland of er kwam het volgende telegram. Dat dit met gejuich ontvangen werd, is duidelijk. De pret duurde echter niet erg lang want nog voor het weekend startten kapt. van Leeuwen en lt. van de Struif met twee T-33’s om ze op te halen. De twee achter gebleven 104’s zijn, na inspectie opgehaald. Al met al werd er weinig gevlogen en leek het wel of we in een diepe winterslaap gedompeld waren. Tussen Kerst en Oud en Nieuw werd er beperkt doorgevlogen, maar er gebeurden ook nog andere dingen; Op 28 december kreeg de Sgt1. J. Scheepers de bronzen medaille uitgereikt wegens langdurige, eerlijke en trouwe dienst. Het hele squadron stond ’s middags on half vier in de hangar aangetreden om getuige van deze plechtigheid te zijn. Als of één bronzen medaille niet genoeg was volgden binnen 6 weken nog drie crewchiefs dezelfde eer te beurt: Sgt.1 M. Hiep, Sgt.1 Weijers en de Sgt.1 Schaap. En als klap op de vuurpijl volgde op 25 januari de gouden medaille voor Adj. van Rijs. Tijdens de toespraak van kolonel van Loggem werd velen duidelijk wat voor een veelzijdige carrière Barend achter de rug had, een lange staat van dienst die al begon toen velen van ons er zich niet van bewust waren wat eigenlijk een leger is en waarvoor het dient. Na de plechtigheid, waarbij de gehele vliegbasis stond aangetreden was er een receptie met gelegenheid tot feliciteren in de Onderofficiersmess die, enorm druk en ontzettend gezellig was.  

306 Squadron

Videre Vincere Est

Home Startpagina 1966