RF-84F   Thunderflash  General info      

306 Squadron

Videre Vincere Est

Home Startpagina
RF-84F Thunderflash Een aantal RF-84F’s werden naar Rotterdam gebracht door de CVU-58 “Corregidor”. De voormalige escort carrier werd nadat het op 4 mei 1945, terug kwam uit Pearl Habor verder gebruikt als opleidingsschip. Op 30 juli 1946 werd het in Norfolk uit officiële dienst genomen. Vijf jaar later werd het uit de mottenballen gehaald en in dienst gesteld van het “Military Sealift Command”, dit om manschappen, vliegtuigen en vliegtuigonderdelen te verschepen in het kader van het “Mutual Defense Assistance Plan”. Nadat het schip in 1952-1954 UN materiaal naar Korea had gebracht, was er nog 1 optreden, dit was support in de Libanon crises in 1958. Met 2 verkenningsvliegtuigen en 10 helikopters deed het mee aan de invasie. In september van ’58 werd het uit dienst gesteld, een jaar later werd het voor “oud ijzer” verkocht. De eerste 18 Flashes waren zilverkleurig en kregen de code TP-1 tot TP-18. De rest kregen een P code of dit te maken heeft gehad met de nieuwe camouflage kleuren weet ik helaas niet. RF-84F’s gebracht door de Corregidor zijn de: P-1 tot en met de P-4, de P-12 tot en met de P-17, en de P-21 tot en met de P-24. Het tweede schip dat RF-84F’s naar Rotterdam bracht was de CVU-64 “Tripoli”. Ook dit schip lag in de reserve vloot. Na het uitbreken van de Koreaanse oorlog werd het ook ingezet om materiaal naar Europa te vervoeren. 44 keer kwam het met materiaal naar Europa. In januari 1960 werd het schip in Japan verschroot. RF-84F’s gebracht door de Corregidor zijn de: P-5 tot en met de P-11. Door commerciële reders werden de P-19 aan boord van de “Gateway City en de P-20 aan boord van de “Jesse Lykes naar Rotterdam gebracht. Uit dit overzicht blijkt dat de latere geleverde toestellen (de P-21 t/m P-24) de squadroncodes van de al afgeschreven exemplaren toegewezen hebben gekregen. Verder blijkt dat de SOC-datum niet perse de crash datum van een bepaald toestel hoeft te zijn. Veelal gebeurde dit in een later stadium. Opvallend is de late TOC-datum van de P-5, namelijk op 11 mei 1959. Vermoedelijk had dit toestel na aankomst in de Merwedehaven te Rotterdam (waar overigens alle RF-84F’s van de KLu werden aangevoerd) te kampen met een hardnekkig technisch probleem waardoor de KLu deze Thunderflash niet accepteerde. Na de nodige herstelwerkzaamheden (die blijkbaar nogal veel tijd in beslag namen) werd het na een grondige inspectie en de daarop volgende acceptatie op eerder genoemde datum alsnog ingeschreven. Op 17 oktober 1963 werden de meeste zo niet alle voor Turkije bestemde RF-84F’s voor de luchtmacht van dit land afgeleverd, toen op deze datum de toestellen naar een USAF basis in Duitsland werden gevlogen voor de overdracht naar de volgende gebruiker (de RF-84F’s van de KLu waren immers onder MDAP voorwaarden geleverd, de USAF was dus de rechtmatige eigenaar van deze toestellen). Of de voor de Griekse luchtmacht bestemde FR-84F’s ook op de datum werden overgevlogen, is vooralsnog onbekend. Ten slotte nogmaals de P-5. Deze Thunderflash werd na de buiten dienststelling bij de KLu via de USAF aan de Griekse luchtmacht overgedragen. Toen een personeelslid van de KLu die betrokken was om eventueel een RF-84F voor het KLu museum (later MLM te bemachtigen, er achter kwam dat er nog een vliegwaardig exemplaar bij de Griekse luchtmacht rondvloog dat ook nog een voormalige KLU kist was, werd al snel op diplomatiek niveau contact gelegd om dit toestel (de voormalige P-5) naar Nederland terug te krijgen. Een fiat hiervoor werd wonderbaarlijk snel gegeven, temeer omdat de Grieken op het punt stonden om de RF-84F definitief uit te faseren vanwege de levering van steeds meer RF-4E Phantom II’s die deze toestellen gingen vervangen. Op 29 juli, 2 dagen later dan dat de bedoeling was, kwam de P-5 vliegend in gezelschap van een Griekse Phantom naar Volkel. De Phantom maakte een “pass” over het veld en vertrok richting Ramstein, waar ook op de heenweg een fuelstop was gemaakt. De P-5 werd met het nodige ceremonieel binnen gehaald en diende 6 weken later als pronkstuk tijdens de 35e verjaardag van het 306 squadron. Een groot deel van deze informatie komt met toestemming, uit een publicatie van: ON FINALS, nr 55 mrt-apr 2000.  Een uitgave van de Luchtvaart - vereniging Twenthe. Waarvoor hartelijk dank, ook een dank je wel aan Jeroen Jonkers en Michael de Boer, voor het helpen met het uitzoeken van de registraties.